Vanaf 19 juni 2017 is de formele website van de Thrianta-Hulstlanderclub in wederopbouw. Hier blijft de "oude" website echter voor u beschikbaar.

 

Geschiedenis van de Thrianta

 


"Thrianta" een wat vreemde rasbenaming voor een konijn. Maar iedere rechtgeaarde Drentenaar klinkt dit woord als muziek in de oren, want het is de oude naam voor Drente." Dit schreef me in 1946 al de fokker van dit fraaie konijnerasje, de heer H. Andreae uit Assen. Dankzij de correspondentie, die hij met me over deze nieuwe creatie voerde, hebben we een Indruk gekregen hoe dit ras ontstaan is. Aan zijn zoon is het echter to danken dat al deze correspondentie bewaard is gebleven.


De bedoeling van de heer Andreae was een zuiver eenkleurig geel-oranje konijn te fokken met een witte onderzijde staart. Later is daarin verandering gekomen toen meer kennis verkregen werd van de vererving der verschillende kleurfactoren en gezien ook de resultaten die in de jaren 1945-'50 behaald waren met de kleurslagen zilvervos, madagascar en bruin bij de kleurdwergen. Mijn stam kleurdwergen is in die jaren daaruit ook opgebouwd.

Eerste informatie Medio '46 schreef me de heer Andreae een brief, waarin hij me de eerste informatie gaf over zijn oranje Thrianta. "Het is geen mutatie en ook geen toevalsprodukt", zo schreef hij. "Ze is het resultaat van een met zorg voorbereide combinatie van erffactoren. Aanvankelijk werden de RNZ en de Gw als stamouders gekozen; de Gw vanwege de factor b voor bruin. In 1941 werden deze dieren aangeschaft, doch niet met elkaar gekruist en wel om de volgende redenen:

1e Geel en bruin gecombineerd met de wildkleurfactor zou praktisch weinig verschil geven met de RNZ.
2e Geel en bruin in combinalie met de eenkleurfactor zou een Thüringer maken met bruine sluier. De geelrode haren in het bovendek laten dan in de toppen bruin pigment onderscheiden, zodat dus geen innige vermenging van genoemde kleuren tot een kleur plaatsvindt. Dat lijkt alleen maar zo.
3e Wat ik wenste was een zuiver effen oranjekleurig dek met een daarmede overeenstemmende buikkleur als van een heel beste RNZ, maar dan nog vuriger.
4e Deze kleurslag, hoe fraai ze op zichzelf ook zou zijn, zou als middenras, dus naast de RNZ en de GvB, niet in een behoefte voorzien.

 

Dit Thrianta voedstertje van de 7e maand zegevierde op de BTT '81. Voor haar leeftijd was ze al zeer goed ontwikkeld. Ze had een zeer goed type, kort en gedrongen en was zeer goed gevuld in de schouders. Verder had ze een zeer goed kopje. Haar kleur was warm-roodoranje en dat over het gehele lichtaam. Fokster: mw. de Jong uit Ede.

Bovenstaande overwegingen in aanmerking genomen werd besloten de onder 3 genoemde kleur te fokken als klein ras, alwaar zij tussen de kleurvariëteiten der kleine rassen zeker een uitzonderlijke plaats zou innemen. RNZ en Gw werden als stamouders verworpen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Uit de kleine rassen nam ik de Tan en uit de middenrassen de lichtste van bouw, nl. de madagascar Papillon. De F1 was een zwarte Tan (witte buik met blauwe grondkieur). Een F1-ram werd teruggepaard aan de madagascar Papillon stammoeder om het geel vast te leggen met behoud van het tanpatroon. Deze F2 gaf o.a. gemskleur (geel met iets donkere haartoppen), nagenoeg zonder sluier, doch met witte buik met blauwe grondkleur. Ook de 3e generatie gaf nog dieren uitsluitend met deze lichte buikkleur. In de F4 werd ook de factor voor bruin vastgelegd, waarbij gelijktijdig de gewenste buikkleur optrad (dat was de oude ram). Dit jaar (1946 - red.) fokte ik 14 oranjes, w.o. één zalmkleurige (= oranje + blauw). Geen onaardige kleur.

De kroon op het werk, dat fokker W. Plasmeijer uit Aalsmeer heeft verricht op de Thrianta te verbeteren is dit jonge rammetje geweest, dat bijna vijf jaar geleden al in Den Bosch won. Een diertje met een zeer goed type en bouw, korte stevige oren met zeer goede egale kleur, ook op de buik.

Deze kleur kon ontstaan doordat de stammoeder was gevallen uit madagascar x isabella. Ook de stamvader was onzuiver voor blauw." "(-) De naam Thrianta heb ik genomen als rasbenaming, omdat naast de oranjekleur nog andere variëteiten kunnen ontstaan, wat uit de zalmkleur bewezen is. Het woord Thrianta is misschien een vreemde klank, maar iedere rechtgeaarde Drent klinkt die naam als muziek in de oren. Het herinnert hem aan de woeste bodem door noeste arbeid in een paradijs herschapen. Het paradijs Drente van nu heette vroeger Thrianta."

Dit Thrianta rammetje met voor jong al een zeer goed type en bouw moet zich in de kop nog beter ontwikkelen. Op schouders is hij nog niet geheel klaar.

De standaard Voor de standaardbeschrijving van de Thrianta, zoals deze al was gepubliceerd in "Onze Konijnen" van 6 mei '47 definitief in de nieuwe standaard zou worden opgenomen, vroeg de heer Andreae aan de Standaardcommissie van de NKB nog enkele wijzigingen in de tekst aan te brengen. Zo wees hij de commissieleden erop, dat de oranje-rode dekkleur, voor zover deze niet samenvalt met het tanpatroon, overtogen is door een bruin waas. "De haartoppen zijn dus bruin, overgaand in de oranje-rode tussenkleur, welke kleur door de haartoppen heen schijnt. De toppen der "Spitsen" in flanken en achterhand zijn tankleurig. De buik is ook tankleurig, welke kleur zich tot de wortel uitstrekt."

"Hoewel" - zo ging hij verder - "bij de Thrianta een sluier voorkomt, waardoor bij de oranje kleurslag de oren iets bruin getint zijn, dient er naar gestreefd te worden de sluier zo veel nodig to beperken, zodat de oorkleur gelijk is aan de dekkleur." "(-) De Thrianta (oranje) zou men ook kunnen noemen "bruin Thüringer Tan" en dienovereenkomstig haar zalmkleurige variant "Gouwenaar Thuringer Tan" schrijft Andreae in de toelichting op zijn schrijven aan de Standaardcommissie. "Evenmin als men bij eenkleurig gele dieren (Thüringer, isabella, oranje en Beige) de anders wel geel gepigmenteerde haartoppen kan wegfokken is dat bij de Thrianta ook niet mogelijk. Plaatst men de Thrianta op ooghoogte voor een goed verlicht raam en kijkt men dan via de kop langs de rug en flanken, dan is daar een dun bruin, resp. gouwenaarkleurig waas duidelijk zichtbaar. De onder "lichte fouten" genoemde lichte sluier kan de indruk wekken, dat de Thrianta zonder sluier gefokt dient te worden, wat toch niet mogelijk is en ook niet zo bedoeld kan zijn. Sluier is hét kenmerk van het ras en een mogelijk, maar daardoor interessant element bij de fok. De "zwaarte" van de sluier wordt geregeld door de eis aan kop- en beenkleur gesteld."

Dit oude Thrianta rammetje laat naast een zeer goed type, bouw, kop en oren een goede egale kleur zien. Onderkant van de staart kan iets sterker gekleurd.

Vooruitgang In september '47 schreef me Andreae, dat hij dat jaar goed met zijn Thrianta's gefokt had. Enkele dieren had hij verkocht naar Den Haag, Boskoop en Zwolle en aan een drietal clubgenoten. Hij hoopte enkele dieren in Amsterdam te kunnen exposeren. In dit schrijven berichtte hij me al over dieren te beschikken met een fraaie oranje kleur van neus tot staart egaal van kleur en wat meer zegt met een prachtige oranjekleurige buik. Hij vond, dat hij in dit onderdeel bij zijn dieren enorm was vooruitgegaan. Hij hoopte op de komende NKB-tentoonstelling een vergelijking te kunnen maken tussen de oranje kleurslag van de Thrianta en de oranje Rex. Ik had hem al eens geschreven, dat de Thrianta's in Den Haag er anders uitgezien hadden dan die ik in Assen gezien had. Hij gaf toe dat dit het geval was geweest: bruine kop en oren. Maar met het oog op de aanvraag voor erkenning van de Thrianta had hij in Den Haag dieren van verschillende nuances ingezonden om te laten uitkomen, dat de Thrianta een sluier heeft net als de Thüringer. Donkere kop en oren moeten gezien worden als onderdeel van die sluier, welke bij de Thrianta havanakleurig is. Bij de Thüringer moet de sluier van die sterkte zijn, zo schreef hij me, dat de dekkleur van neuspunt tot staart warm oranjerood is. Verder moet naar een oorkleur gestreefd worden, die gelijk is aan de dekkleur, wat evenwel heel wat voeten in de aarde zal hebben, is zijn mening.

Thrianta ram met zeer goed type, maar wat lang in lichaamsbouw. Oren en kop zijn ook wat smal. Hij is nog niet geheel op kleur.

Opname in de NKB-standaard De Thrianta werd op 1 mei 1949 officieel door de Standaardcommissie van de NKB erkend. Ze kreeg in de standaard van die jaargang de volgende omschrijving:

1. Kleur. De Thrianta is een Tankonijn, waarbij de zwarte, bruine of blauwe kleur vervangen is door oranje-rood. De overige lichaamsdelen, die bij de Tan vurig tankleurig zijn, moeten ook bij de Thrianta aan dezelfde eisen voldoen. Bij oppervlakkige beschouwing lijkt het daardoor alsof men met een eenkleurig rood-oranje konijn te doen heeft, maar dit is toch niet het geval, want er is wel verschil tussen de kleur van het oranje-rood en de tankleur.
a. De dekkleur is oranje-rood, voor zover deze niet samenvalt met de tankleurige lichaamsdelen (zie de beschrijving van de Tan). De oranje-rode kleur is overtogen door een bruin waas, zoals men dat bij eenkleurig oranje aantreft (zie beschrijving). Hoewel uit de aard van de zaak deze zwakke sluier niet geheel is weg te fokken, omdat het eisen is aan deze kleurslag, moet er naar gestreefd worden de bruine waas zo weinig mogelijk te doen spreken, zodat er meer dan een egale kleur wordt verkregen en de oren en de kop overeenkomen met de rugkleur. De toppen van de "Spitsen" op de flanken en achterhand zijn tankleurig.
b. Hoe verder de oranje dekkleur zich naar de wortel uitstrekt (tussenkleur) hoe beter.
c. De grondkleur is geel-oranje. Voor de tankleurige lichaamsdelen wordt verwezen naar de beschrijving van de Tan. De oogkleur is donkerbruin met vuurgloed als bij de Havana. De nagels zijn donker hoornkleurig.
2. Lichaamsbouw en type: overeenkomstig die van de Tan.
3. Gewicht: 2 tot 21/2 kg.
4. Beharing: zie beschrijving.
5. Tentoonstellingsconditie: zie beschrijving.

Lichte fouten: Enkele witte haren in de pels. Duidelijk donkere ticking en donkere oorranden, donker masker en oorkleur. lets zwakke tankleur. lets lichte beenkleur. Lichte nagelkleur. Enkele witte snorharen. Zie verder lichte fouten, welke voor alle rassen gelden.

Zware fouten: Veel witte haren in de pels. Sterk sprekende ticking. Donkere oorkleur, masker en sterk sprekende sluier. Zwakke oranje dekkleur en zwakke tankleur op buik en borst. Zeer lichte onderkleur. Veel witte snorharen. Zeer lichte beenkleur en zeer lichte nagelkleur. Zie verder zware fouten, welke voor alle rassen gelden.

In de 11e druk van de NKB-standaard van 1 maart 1957 was dezelfde beschrijving van de Thrianta opgenomen, maar in de 12e druk van 1 maart 1969 werd het ras niet meer vermeld. Door het uittreden van de NKB uit de Raad van Beheer waren er twee konijnenfokkersbonden ontstaan. In de eerste NBKV-standaard van 1958 en in de tweede van 1 juli 1963 was de Thrianta ondergebracht bij de Tan en daarbij omschreven als Tan met oranjekleur. Het tekeningbeeld van deze oranje Tan moest dat van de zwarte Tan zijn. Er diende naar gestreefd te worden de tankleur op te voeren als bij de zwarte Tan. Ook de tekening diende verbeterd te worden. Het verschil tussen de oranjekleurige lichaamsdelen en de tanaftekening moest echter te onderkennen zijn. De grondkleur aan buik werd vrij van blauw verlangd, de oogkleur donkerbruin en de nagelkleur hoornkleurig.

Thrianta voedster, jong, ook wat smal in schouders en ze mag niet langer in bouw. Verder goede kop en oren. De kleur lijkt goed egaal warm-roodoranje.

Geen levensvatbaarheid Toch bleek de Thrianta geen levensvatbaarheid te hebben. Dr. Kistner uit Darmstadt, een zeer bekende fokker uit die tijd, heeft verscheidene van deze dieren meegenomen naar Duitsland en die daar gebruikt voor kruisingen. Hij heeft daaruit later de Saksengold gefokt in een gewicht van 2 1/4 - 3 1/2 kg. In de Europese standaard is het gewicht verhoogd tot 3 1/2 kg. In de Duitse standaard wordt de kleur omschreven als roodgeel moet een grondkleur die iets lichter is, maar de onderzijde van de staart moet crèmekleurig zijn. Is deze wit dan is dat een zware fout. In de Zwitserse standaard spreekt men van een roodgoud als kleur (oud goud).

Saksengold in ons land In 1968 importeerde de heer C. Gelein uit Aalsmeer door bemiddeling van dr. Kistner enkele van deze Saksengolds uit de DDR. In het jaar daarop zond hij daarvan een ram en een voedster in op "Ornithophilia". Ik had het genoegen deze dieren te keuren. Daarbij viel me het mooie type op en de korte gedrongen bouw met een warm rood-oranje kleur. In een aanvulling op de standaard werd de Saksengold op 1 oktober 1972 erkend met een gewicht van 2 - 2,75 kg en een oorlengte van maximaal 11 cm. Wamaanzet was bij oude voedsters toegestaan. De dekkleur werd warm-oranje verlangd en dat egaal over het hele lichaam. Lichte fouten waren een crèmekleurige onderzijde van de staart en lichte ticking. Zware fouten waren een witte buikkleur en onderzijde van de staart, ticking en zwarte ooromzoming. In de 13e druk van de NKB-standaard (1 oktober '76) werd het ras weer herdoopt tot Thrianta en kreeg het dezelfde kleurbeschrijving als de oranje Tan. De oorlengte werd beperkt tot maximaal 10 cm. Na 1 oktober '78 werd een lichte wamaanzet zelfs tot de zware fouten gerekend. In de 14e druk van de NKB-standaard (1 maart '78) werd geen verandering gebracht in de omschrijving.

Veelbelovende jonge Thrianta ram, die in bouw niet te lang lijkt en die al een zeer goede achterhand laat zien. Ook kopje, oren en benen lijken al goed.

Weer op eigen benen Door import is de Thrianta weer tot bloei gekomen. Er kwamen verschillende speciaalfokkers van het ras en die richtten op 31 januari '76 een speciaalclub op. Op initiatief van deze speciaalclub is er enige tijd geleden een boekje over de Thrianta verschenen, geschreven door de keurmeester Jac. de Graaf uit Nieuwleusen. Daarin gaat deze uitvoerig in op de vererving van de Thrianta, zodat ik daarop niet verder wil ingaan. Het boekje, alsmede verdere inlichtingen over het ras zijn verkrijgbaar bij de secretaresse van de speciaalclub mevr. H. de Jong-van Tol, De Ruijterstraat 39, 6721 DR Ede. Ik hoop, dat zoals het nu met de Thrianta gaat er ook meer animo komt voor het fokken van Nederlandse rassen als bij voorbeeld de Beige, het ras dat destijds door de heer Brinks uit Rotterdam gefokt is en dat gelijk met de Thrianta erkend werd. Wat dat betreft ligt er voor de Nederlandse konijnenfokkers nog een groot terrein braak.

O. Vermeulen, Bunnik


bron: Konijnen

Taalkeuze

nlenfrdeitessv

Wie is online

We hebben 29 gasten en geen leden online

De volgende (oud)leden/ geregistreerde bezoekers zijn online:

Inloggen

Facebook

WIjziging(en)

Real time web analytics, Heat map tracking